Je eigen tempo

Het montessorionderwijs gaat uit van het individuele kind; van de verschillen in ontwikkeling van kinderen en de gedachte dat kinderen goed in staat zijn aan te geven waar zij aan toe zijn. Spontane belangstelling en betrokkenheid van het kind zijn belangrijke voorwaarden voor het leren. De kinderen worden gestimuleerd zelfstandig te werken, daarbij aangemoedigd en begeleid door de leerkrachten.

Van elkaar leren

Van kinderen wordt verwacht dat zij elkaar helpen en in groepsverband opdrachten uitvoeren. Op deze manier proberen wij optimaal gebruik te maken van de leertijd.

Alles proberen

De kwaliteit van de omgeving is, naast het karakter, de mogelijkheden en het temperament van het kind, in belangrijke mate bepalend voor de ontwikkeling. Kinderen zijn van nature geneigd tot verkennen en experimenteren (absorberende geest).

Zelf doen!

Het montessorionderwijs heeft als credo: ‘help mij het zelf te doen’. Het kind wordt de gelegenheid geboden de omgeving zelf te ontdekken en dingen zelf te doen die het ook zelf kan. Hulp van leerkrachten is hierbij nodig. De hulp kan praktisch van aard zijn, maar ook gericht op het scheppen van ruimte voor activiteiten en het stellen van grenzen.

Kijken, voelen en proberen

Voor vakken zoals rekenen, schrijven en lezen heeft het montessorionderwijs kenmerkende materialen. De specifieke montessorimaterialen zoals de schuurpapieren letters en de kralenkettingen zijn erop gericht de kinderen te laten leren door te kijken, voelen en het zelfstandig hanteren van de materialen.

Kennis en vaardigheden

Het montessorionderwijs heeft aandacht voor basisvaardigheden zoals lezen, schrijven en rekenen en het aanleren van kennis. Daarnaast en even belangrijk is het ontwikkelen van zelfstandigheid, zelfvertrouwen en verantwoordelijkheidsgevoel en het bijdragen aan hun sociale, emotionele en maatschappelijke ontwikkeling.

Enkele uitspraken van Maria Montessori:

“Niemand kan vrij zijn zonder zelfstandig te zijn.”

“Help mij het zelf te doen.”

“Kijk alleen maar naar kinderen en ze vertellen je wie ze zijn en wat ze nodig hebben.”

“De omgeving moet zo veel mogelijk voldoen aan de behoeften van de kinderen in iedere ontwikkelingsfase.”